Waterbuffelfarm Oldemarkt
Richard en Carina Zeestraten kochten twee waterbuffels via Marktplaats en hebben er nu 98

Beleven

Richard en Carina Zeestraten kochten twee waterbuffels via Marktplaats en hebben er nu 98

Een hard en schel melodietje klinkt in de woonkeuken van Richard en Carina Zeestraten in Oldemarkt. De vrouw des huizes snelt zich naar het apparaatje om het uit te zetten. Het is de verklikker voor als iemand de boerderijwinkel binnenstapt. In looppas vervolgt Carina haar route naar het gebouwtje. Ze runt een waterbuffelboerderij met winkel. En deze ‘lastige’ buffel blijkt een schot in de roos voor het gezin.

De energieke Carina groeide op als dochter van een spruitenboer, Richard wist op zijn beurt alles over melkvee. Samen besloten ze de boerderij van zijn ouders in Hoogmade, Zuid-Holland over te nemen. Anderen van zijn acht broers en zussen startten boerenondernemingen in onder meer Nieuw Zeeland en Thailand. Het Zuid-Hollandse boerderijtje was wat verouderd en lag ingesloten tussen natuur. De Natura 2000 gebieden werden rond die tijd ingericht en het gezin wist het al snel: dit is niet de plek waar zij lang zouden blijven. Ze verkochten alle koeien en drie jaar later de woning met lege stal aan een hobbyboer, iemand die er niet van rond hoefde te komen. Tot die tijd werkte Richard buiten de deur als zelfstandige. Hij werd ingehuurd en bleef trouw aan de agrarische sector. Een eigen bedrijf bleef kriebelen en met in hun achterhoofd de mooie avonturen van zijn gezinsleden in het buitenland, dachten Carina en Richard ook aan een toekomst ergens over de Nederlandse grens. Een advertentie in een agrarisch vakblad trok het gezin in 2003 over de streep. Over meerdere van die strepen zelfs, want het gezin belandde in Denemarken.

Verdubbeling

Ze woonden daar op een bedrijf met 112 hectare land en 100 koeien in het plaatsje Tim. Zoon Sander, die zich als 4-jarige het Deens snel eigen maakte, was de enige van het gezin die de taal onder de knie kreeg. Zijn ouders hadden er meer moeite mee ook al werden zij wel snel opgenomen in de gemeenschap. Het bedrijf beviel de ondernemers erg goed. Ze genoten een wijds uitzicht en ze breidden het bedrijf in vier jaar uit tot een boerderij van 200 hectare en 250 koeien. Een verdubbeling. De melkveehouderij liep als een tierelier. Toch besloten zij het op te geven. Nederland konden ze niet loslaten. Door heimwee besloten ze terug te verhuizen.

‘Die wil ik hebben’

De deur van de woonkeuken opent. ‘Een zakje aardappelen’, klinkt het uit de mond van Carina over hetgeen ze verkocht heeft. ‘De wintermaanden komen eraan. Iedereen koopt ze om stamppotten van te maken.’ De familie verkoopt in hun landwinkel hoorns en 39 soorten vlees van hun eigen stieren. Melk en mozzerella verkopen ze ook, maar dat levert een collega waterbuffelboer. Verder zijn er veel streekproducten te vinden. Carina loopt naar de eettafel, pakt het verklikkertje op en maakt met haar zoon een controleronde door de stal. Dat doen ze zo nu en dan, omdat de grote logge beesten nogal ondeugend zijn. ‘Elke dag wordt er wel iets gesloopt’, gaat zoon Sander verder. ‘De ene keer is het een hek, de andere keer een voerbak en ik ben meermaals binnen komen lopen toen diverse waterleidingen geknapt waren en het water alle kanten op spoot.’ Hoe het gezin erbij kwam om een waterbuffelfarm – één van de negen in Nederland – te starten? ‘Dat begon eigenlijk als grapje’, verkondigt Carina. ‘We wisten even niet welke kant we op moesten. Weer een melkveehouderij of iets heel anders?’ Sander vult haar aan: ‘Mijn vader zag een waterbuffel te koop staan op Marktplaats. Hij schreeuwde: die wil ik hebben.’ En zo heb je een waterbuffelboerderij.

Kauwen op stroomdraad

‘We kochten er eerst twee en die bevielen zo goed dat we er meer aanschaften’, legt Carina uit. De waterbuffel is nog een relatief ‘onbekende’ in Nederland, ‘maar het vlees is ontzettend zacht en mals. Heerlijk’, verduidelijkt Carina. ‘Wij eten niets anders meer.’ Sander: ‘We eten het dagelijks. Vandaag hachee van waterbuffelvlees.’ Het gezin huurt land van Staatsbosbeheer waar de buffels zich kunnen uitleven. Ze graven er zelf gaten, die na een regenbui vol komen te staan met water. Daar koelen ze zich in. Dat doen ze alleen op warme dagen. Ze hebben namelijk geen zweetklieren. Naast de boerderij bevindt zich aan de weg een grote poel. ‘Die groeven wij voor ze. Het is een prachtig gezicht als ze er met een groot aantal in liggen. Het trekt veel bekijks.’ Sander lachend: ‘Dat hek hebben ze ook wel eens gesloopt. Waar een koe netjes achter het stroomdraad blijft, staat een waterbuffel rustig op het stroomdraad te kauwen. Omdat het kuddedieren zijn, volgen ze elkaar. Een paar jaar terug stonden ze met z’n allen op straat. We werden gewaarschuwd door onze buurman, waarna we alle honderd binnen het kwartier weer in de weide hadden. Gehoorzaam zijn ze dan ook wel weer.’

Omdat de markt voor het vlees langzaam aantrekt, werkt Richard nog buiten de deur. Hij mindert al wel wat, omdat de waterbuffelfarm het steeds drukker krijgt in de winkel en met rondleidingen. Carina’s apparaat schelt door de stal. Een klant. Ze zet weer een looppasje in.

De waterbuffelfarm is te vinden op Hareweg 6A in Oldemarkt.

Binnenkort meer verhalen uit de agrarische sector, waaronder een voedselbos, een boerderijwinkel en een stal met een kijkraam.

Fotocredits:

Piet Bosma
Henk Vondeling

Verder zoeken in onze database