Friese Waterlinie, een verdiepend verhaal
‘Het hield ze niet tegen, maar het verdreef ze wel’

Cultuur

‘Het hield ze niet tegen, maar het verdreef ze wel’

Stel je een op oorlog beluste bisschop voor die koste wat kost Friesland wil veroveren. Deze bisschop, met de bijnaam Bommen Berend, had al een maand strijd geleverd om Groningen te veroveren, wat dankzij grote weerstand mislukte. Verzamelen deed hij zijn troepen in Steenwijkerland, vlak voor Wolvega, om zo door te stoten. Duizenden soldaten stonden klaar, maar het liep allemaal net wat anders dankzij de Friese Waterlinie.

‘In het najaar van 1672 stonden de troepen klaar, het werd slecht weer. Het was oktober en erg nat’, vertelt Nicolette Hartong van de Friese Waterlinie. ‘Aangekomen vanuit Groningen lukte het ze nog net de Blessebrugschans te veroveren.’ Daarna werden alle soldaten ingekwartierd, wat inhoudt dat de soldaten bij burgers in huis werden geplaatst, in afwachting tot ze verder konden. ‘Verder konden ze niet, omdat deze omgeving toen, vanwege de hoge waterstand, een groot moeras was. Er waren slechts enkele toegangswegen.’ Maar met een groot leger veranderde de boel al snel in blubber.

‘Het slechte weer duurde en duurde’, gaat Hartong verder. ‘Het voorjaar was nat en de zomer die erop volgde ook. De grond werd niet droog. De Goden waren ons goed gezind.’ Ondertussen werd de verdediging op orde gebracht, gaat Karst Berkenbosch verder. Ook hij is verbonden aan de organisatie. ‘Op een gegeven moment stonden er zo’n achtduizend man klaar om mee te vechten.’ En ook werden de Linde en Tjonger gebruikt om het land nat te houden. De rivieren waren nog verbonden aan de Zuiderzee, waardoor eb en vloed duidelijk waarneembaar waren in de Stellingwerven. ‘Er werden schotten in de rivieren geplaatst zodra het water hoog stond. Begaanbare wegen en bruggen werden onbegaanbaar gemaakt. Wat moest Bommen Berend lang wachten’, vertelt Hartong, ‘maar eind augustus zag hij zijn kans schoon. Hij liet versterking komen tot er een leger van in totaal zo’n tienduizend soldaten klaarstond. In de nacht van 24 op 25 augustus was het zover. Op drie plekken – in Makkinga, Oldeberkoop en Wolvega – trokken ze de Stellingwerven binnen. Via de Blessebrugschans bij Wolvega duizend, via de Bekhofschans bij Oldeberkoop duizend en bij Makkinga stonden achtduizend klaar. Berkenbosch: ‘Bij Makkinga was de rivier relatief klein vergeleken met andere plaatsen. Bij Oldeberkoop was hij op sommige plekken wel een paar honderd meter breed toentertijd.’ In Makkinga trokken ruiters met paarden door het water en achterop zat een extra soldaat. ‘Ze liepen richting Donkerbroek en daarna naar Gorredijk via de Moerweg, afgeleid van het woord moeras. Ver kwamen ze niet, de natuur deed haar werk’, gaat Hartong verder.

Er was een noordwester storm op komst en met hoogwater werd er zoveel water de linie ingestuwd, dat er geen ontkomen meer aan was. De Linde en de Tjonger traden ver buiten hun oevers. Bommen Berend wist: zij kennen het gebied, wij niet. Ze wilden vluchten, dit was geen doen, maar dat realiseerde hij zich net wat te laat. Ze zaten als een rat in de val. Het leger werd omsloten door water en zocht naar een vluchtroute. Maar wegen waren er niet meer. Het paard hoefde maar één misstap te maken of het kwam ten val in het water. Veel soldaten kwamen daarbij om het leven. Naar het ‘natte’ Friesland kwamen het leger nooit weer terug. ‘De waterlinie hield de soldaten niet tegen, maar het verdreef ze wel degelijk.’

Bekijk ook dit verhaal om na te gaan welke plekken leuk zijn om te bezoeken.

Fotocredits:

Lenus van der Broek
Henk Vondeling

Verder zoeken in onze database